Rotterdam

Maastunnel

Terwijl Amsterdammers al decennia lang dromen van een ​​fietstunnel onder het IJ, leven fietsers in Rotterdam die droom al sinds de jaren ‘40 van de vorige eeuw.

Wanneer ik in Rotterdam kom − één of twee keer per jaar – ga ik er altijd heen en breng ik een bezoek aan een van de grote fietsmonumenten van Nederland. Of ik nu wel of niet aan de andere kant van de rivier moet zijn, altijd rij ik door die vorstelijke fietsbuis van de Maastunnel. Op de fiets een Nederlandse waterweg oversteken door er onderdoor te gaan? Vorstelijk!

Als Amsterdammer benijd ik die gelukkige Rotterdammers die door de Maastunnel fietsen alsof het niets bijzonders is. Ik ben met de fiets meer dan 7.000 keer met de pont het Amsterdamse IJ overgestoken. Maar tochtjes met een pont, dat komt vaak neer op wachten tot-ie komt, natregenen en grote menigtes moeten verduren. De Maastunnel daarentegen betekent noch wachttijden, noch regen en beslist geen drukte. In de hoogtijdagen van de tunnel − de jaren vijftig − maakten meer dan 40.000 fietsers per dag gebruik van de tunnel. Maar in 1975 was dit cijfer gedaald tot slechts 4.700 fietsers. Vandaag is het zelfs nog minder.

Roltrappen Maastunnel 1966

Onlangs daalde ik via één van de lange houten roltrappen af in de Maastunnel en fietste de 585 meter van het ene eind van de tunnelbuis naar het andere. Toen draaide ik me om en fietste weer terug. Toen deed ik het nog een keer. En opnieuw en opnieuw en opnieuw. Elke rit kostte me bijna precies 100 seconden (een gemiddelde snelheid van 21 km/u). Terwijl ik heen en weer fietste, realiseerde ik me dat ondergronds fietsen niet heel anders is dan bovengronds fietsen. Natuurlijk, er zijn de flauwe hellingen omlaag en omhoog en, ja, de regen kon me niet deren. Maar verder fietste ik precies zoals ik ergens anders fiets.

In één vloeiende overgang transformeren
ze sierlijk van fietser naar roltrapper

Maar toen ik stond te kijken naar hoe fietsers de roltrappen gebruiken, ontdekte ik wat fietsen in de Maastunnel zo fascinerend maakt. En dat was niet de tunnel zelf. Het unieke was het ‘rijden’ op de lange houten roltrappen. Die roltrappen hebben 72 seconden nodig om je omhoog of omlaag te brengen (nog steeds even lang als in de jaren ‘40). En dus brengt een fietser meer tijd door op de roltrappen van en naar de tunnelbuis (144 seconden) dan dat hij nodig heeft om daar doorheen te fietsen (circa 100 seconden). In oktober 1949, op het drukste uur van de week – tussen 17 en 18 uur op een doordeweekse dag – telde men 6.590 door de Maastunnel rijdende fietsers (gemiddeld 110 per minuut). Op een recente doordeweekse dag, zelfde tijd, telde ik maar 390 fietsers in de tunnel (6,5 per minuut). 68% van hen ging naar het zuiden, weg van het stadscentrum.

Voorwiel dwars

Ervaren tunnelgebruikers zijn makkelijk te herkennen. Ze stappen van hun fiets en betreden praktisch in één en dezelfde beweging moeiteloos de roltrap. In één vloeiende overgang transformeren ze sierlijk van fietser naar roltrapper. Maar het meest opvallende kenmerk van Maastunnel-veteranen is dat ze de roltrap oprijden en dan meteen het voorwiel van hun fiets dwars zetten, waardoor de zwaartekracht geen vat op hun fiets krijgt.

In het begin mochten fietsers op de roltrap hun voorwiel niet dwars zetten

Nieuwkomers in de tunnel, daarentegen, die hun stuur niet dwars zetten, hebben een spannende rit voor de boeg. Het gewicht van de fiets, de steile helling van de roltrap en de evenwijdigheid van de twee fietswielen kunnen op die manier samenspannen om de fiets omlaag te trekken. Ik zag een duidelijke nieuweling worstelen om het gewicht van haar fiets 72 seconden lang de baas te blijven. Toen ze eindelijk de bodem bereikte, slaakte ze een luide zucht en zei tegen me: “Ik ben dit gewoon niet gewend!”

Voorwiel verplicht niet dwars

Interessant is dat in de eerste decennia van het bestaan ​​van de tunnel fietsers verplicht waren hun voorwiel niét dwars te zetten. Het idee was dat de roltrappen alleen op die manier het maximale aantal fietsers konden verwerken. Die regel werd streng gehandhaafd door gemeentewerkers die zich daartoe aan weerszijden van de roltrappen posteerden. Tijdens het uur dat ik daar had postgevat, zette 89% van de fietsers op de roltrappen hun voorwiel dwars. Van de overige 11% moesten velen vechten om te voorkomen dat hun fiets hen ontglipte en omlaag tuimelde.

Nog iets opmerkelijks: 92% van de roltrap-gebruikers stond links van hun fiets. Een vergelijkbaar deel van de bevolking (circa 90%) is rechtshandig. Zou er een verband zijn tussen deze twee feiten? Ik testte deze hypothese door iemand die rechts van z’n fiets stond aan te spreken en te vragen: “Meneer, bent u linkshandig?”
‘Nee, ik ben rechtshandig,’ blafte hij en haastte zich de tunnel in.
Het was de kleinst mogelijke steekproef, maar hij toonde aan dat mijn theorie onjuist was.

De 43 meter lange roltrappen van de Maastunnel waren 75 jaar lang de langste roltrappen van Nederland. Aan deze bijzonderheid kwam een ​​eind toen in 2017 bij station Vijzelgracht van de Noord/Zuidlijn roltrappen van 47 meter lengte in gebruik genomen werden. Hoewel deze langere roltrappen veel dichter bij mijn huis staan, beleef ik er niet veel plezier aan: je mag er geen fietsen op meenemen. Dus voorlopig moet ik nog naar de Rotterdamse Maastunnel om aan mijn ‘lange-roltrap-met-fiets’-gerief te komen.

Pete Jordan (OEK 116)


Nieuwsgierig naar een fietstunnelbeleving? Youtube biedt hier en hier een indruk van fietsen in de Maastunnel.